Beliedsplan


Beleidsplan 2014-2020 van de Protestantse Gemeente te Bitgum e.o.
definitief vastgesteld in de kerkenraadsvergadering van 16 juni 2014.



1. Inleiding

1.1. Waarom een beleidsplan?

Bij het ontstaan van de Protestantse Kerk in Nederland (PKN) in 2004 is afgesproken dat elke plaatselijke gemeente een beleidsplan zal maken. In een beleidsplan beschrijft een kerkelijke gemeente:

-                      wat ze is en waar ze voor staat

-                      wat ze van plan is in een bepaalde periode te doen

-                      hoe ze dat wil aanpakken

 

1.2. Hoe pakken we het aan?

Ons streven is dat elk deel van ons beleidsplan op ongeveer één of twee A4-tjes wordt uitgelegd. In het algemeen loopt dit beleidsplan van 2014 tot 2020.


2. Onze identiteit

2.1. Wie zijn wij?

De Protestantse Gemeente te Bitgum-Bitgummole-Ingelum-Marsum, kortweg Protestantse gemeente te Bitgum e.o. is ontstaan door vereniging van de Hervormde Gemeente van Marsum, Hervormde Gemeente Bitgum-Ingelum en de Gereformeerde Kerk te Beetgum.

 

Daaraan is vooraf gegaan een samenwerking in de vorm van een federatie vanaf 14 december 2003

 

Op 10 februari 2013 heeft de overdracht van de kerkgebouwen, fondsen en de begraafplaatsen aan twee verschillende stichtingen plaatsgevonden. De stichting ”Tsjerken Bitgum en Ingelum” zijn vanaf die datum de kerkgebouwen van Bitgum en Ingelum gaan beheren. Het kerkgebouw in Marsum wordt vanaf die datum beheerd door de stichting “De Krobbe der út”. Het kerkgebouw in Bitgummole blijft in het bezit van de kerkelijke gemeente.

 

Op 17 februari 2013 heeft de fusie plaats gevonden. De Protestantse Gemeente te Bitgum e.o. behoort tot de landelijke “Protestantse Kerk in Nederland“ en ressorteert onder de Classis Leeuwarden.

  

2.2. Wat willen wij?

Wat is ons fundament in 2014? En waar streven we naar?

Wij vormen een gemeente van mensen die op uiteenlopende manieren betrokken zijn bij het Christelijk geloof. Voor velen spelen de oude tegenstellingen tegenwoordig geen rol meer. Maar als we er met elkaar over doorpraten ontdekken we toch vaak, hoezeer onze gevoelens, achtergronden en geschiedenis met de kerk kunnen verschillen. Dat maakt dat we samen een gemeente vormen waarin veel ruimte is voor verschillende belevingen van het Christelijk geloof. Er is plaats voor zoekers, maar ook voor hen die een vaste geloofsovertuiging hebben. De leden zijn op heel verschillende manieren betrokken bij de kerk.

Binnen die ruimte delen we het volgende gemeenschappelijke uitgangspunt:

 

De gemeente is voor ons de plek waar we

bekend mogen worden met wat de bijbel zegt

en waar we ons geloof in God

en de boodschap van Jezus in deze wereld

samen beleven

en er samen uit leven

waarbij we ons nauw verbonden voelen

met onze medemensen, dichtbij en veraf.

 

Op grond van dit gemeenschappelijke uitgangspunt willen we een gemeente zijn waar Gods aanwezigheid, door de geest, wordt gevierd in de prediking, de liederen, en de gebeden. Maar ook in de tekenen van doop en avondmaal. Jong en oud proberen we te betrekken in het vormen van een Christelijke gemeenschap.

We willen graag een zorgzame gemeente zijn. Een gemeente die zich bekommert om de mensen in problemen, hen bijstaat en voor hen opkomt.

Tenslotte willen we een gastvrije gemeente te zijn: het gaat niet slechts om onze eigen gemeente en gemeenschap. Iedereen is welkom, zoals iedereen altijd welkom was en is bij onze Heer.

 


3. De eredienst

3.1. Wat is het beleid op dit moment?

Elke zondag komt onze gemeente samen in de eredienst. Het is een heel belangrijk moment. Een moment waarop je kunt zien dat de kerk in onze dorpen leeft.

De kerkelijke feesten krijgen bijzondere aandacht.

Afgezien van de zondagen in de zomervakantie is er het hele jaar kindernevendienst en/of zondagsschool voor de basisschoolkinderen.

We hebben de beschikking over vier kerkgebouwen (in elk dorp één), die alle vier van grote waarde voor ons zijn. Daarom houden we de diensten afwisselend in één van die vier gebouwen. In de regel tweemaal per maand in Bitgummole, en de overige keren wisselend in Marsum en Bitgum. In de zomerperiode en bij een aantal bijzondere diensten wordt gebruik gemaakt van het kerkgebouw in Ingelum.

Voor veel gemeenteleden is het Fries de eerste taal. We willen het Fries dan ook graag een plek geven in onze eredienst. In elke eredienst zitten Friestalige momenten (bijvoorbeeld een lied, een lezing, een gebed). Twaalf keer per jaar is er een Friestalige kerkdienst.

 

3.2. Hoe is de gemeente bij de erediensten betrokken?

Algemeen

Iedereen is van harte welkom in de eredienst. “Je gaat naar de kerk om God te eren en iets van Hem te leren’’, zo werd vroeger op catechisatie wel verteld. Dit is ook voor ons nog steeds het uitgangspunt. We hopen elke zondag de nieuwe week met God te beginnen, Hem te loven en te danken en uit zijn Woord te leren dat van waarde is voor ons bestaan. We willen dat de erediensten uitnodigend, warm, bemoedigend, rijk van inhoud, maar toch ook laagdrempelig zijn. Iedereen moet zich welkom voelen.

We zijn blij met de gemeenteleden die zich inzetten voor de organisatie van de erediensten. Zoals de organisten, die bij toerbeurt de diensten begeleiden, de preekvoorziener, die zorgt voor gastpredikanten. Ook waarderen we het werk van de kosters. De kosters zetten zich in voor de gebouwen en treffen de nodige voorbereidingen zodat de eredienst goed kan verlopen.

OP die zondagen waarbij er een eredienst is in Bitgummole is er kinderoppas in het gebouw bij de kerk van Bitgummole

 

Bijzondere diensten

Uiteraard hebben wij onze doop- en avondmaalsdiensten zoals aangegeven in de kerkorde. Doopdiensten kunnen altijd worden afgesproken met de predikant en de kerkenraad. Doopdiensten worden voorbereid door de predikant in overleg met de ouders en eventueel de wijkouderling.

 

Vijf maal per jaar vieren we het Heilig Avondmaal: vier maal op een zondag en eenmaal vieren we het in de Stille Week, op de avond van Witte Donderdag. Ook de kinderen mogen deelnemen aan het Heilig Avondmaal. Voor de kinderen is er druivensap in plaats van wijn.


Twee of drie keer per jaar organiseert de jeugddienstcommissie een bijzondere viering. We hopen met deze diensten de groep van 12 jaar en ouder te bereiken.

Twee keer per jaar organiseert de ZWO-commissie een eredienst: meestal op de zendingszondag in februari en op 1e Pinksterdag (vaak bij het Poptaslot in Marsum) (Zie 5.1).

 

We zijn blij, dat een groep gemeenteleden de commissie Bijzondere Diensten vormt. Deze commissie kijkt of er wat speciaals kan worden georganiseerd in een eredienst. Ze bereidt de diensten voor op 2e Kerstdag, 2e Paasdag en op de Startzondag. We hopen met deze bijzondere samenkomsten mensen te bereiken die gewoonlijk niet zo vaak in de kerk komen.

Eén keer per jaar vindt in Bitgummole de schoolkerkdienst plaats: een dienst die wordt opgezet vanuit de basisschool Mooitaki, in overleg met de predikant.

 

3.3. Waar moeten we aan werken?

Ons uitgangspunt is: We willen laten zien dat onze gemeente leeft in alle vier dorpen waar we wonen. De eredienst op zondagochtend is daarbij een belangrijk moment. Maar het vervult ons met zorg, dat de kerkgang enigszins terugloopt. We willen onderzoeken of er een mentale blokkade ligt om te reizen naar een ander dorp voor de kerkdienst.

We willen werken aan het besef dat we een gemeente zijn verspreid over vier dorpen.

 

3.4. Wat willen we in 2020 hebben bereikt?

Het zou prachtig zijn wanneer meer mensen op zondag weer naar de kerk gaan. Maar een meer realistischer doel is dat de kerkgang zich tenminste stabiliseert.

 

 

 


4. Zondagsschool en kindernevendienst

4.1. Wat is het beleid op dit moment?

Wanneer de eredienst plaatsvindt in Bitgummole is daar kindernevendienst.

Er is zondagsschool wanneer er een eredienst is in Marsum, Ingelum of Bitgum, behalve in de zomervakantie.

De kinderen zijn vrij om naar beide samenkomsten te gaan.

Als er in Marsum, Ingelum of Bitgum een zondagse eredienst is met Heilige Doop of Heilig Avondmaal, dan wordt er ook kindernevendienst verzorgd.

 

Wanneer ouders hun kinderen laten dopen, beloven ze hun zoon of dochter te onderwijzen en te laten onderwijzen over het Evangelie van onze Heer. Als kerk bieden we daarom de zondagsschool en de kindernevendienst aan. Met name de zondagsschool willen we echt laagdrempelig houden. Want al vanouds wordt de zondagsschool niet alleen bezocht door kinderen van ouders die een sterke band hebben met de kerk, maar ook door kinderen van ouders die minder of niet betrokken zijn bij de kerk. Ook deze kinderen zijn heel welkom! De boodschap van de Heer is erg belangrijk en kostbaar voor ons. We hopen daar iets van door te geven aan de jongere generatie.

De zondagsschool/kindernevendienst wordt door een vaste groep leidsters verzorgd en begint meestal eind september (na de startzondag) en gaat door tot aan de zomervakantie. In Marsum wordt er nog een speciale zondagsclub gehouden voor de kinderen uit Marsum. Zij komen om de twee weken bij elkaar. We hebben veel waardering voor de vrijwilligers die de zondagsschool/kindernevendienst en de zondagsclub verzorgen!

 

4.2. Hoe is de gemeente bij de zondagsschool en de kindernevendienst betrokken?

Alle basisschoolkinderen vanaf groep 1 worden uitgenodigd voor de zondagsschool/kindernevendienst en de zondagsclub. We hopen dat ouders, maar ook andere dorpsgenoten, het werk van de zondagsschool/kindernevendienst en zondagsclub een warm hart toedragen.

De gemeente merkt elke veertien dagen dat er kindernevendienst is. De kinderen in de kerk verlaten daarvoor immers tijdens de eredienst de kerkruimte. Zo nu en dan wordt er ook speciaal iets aan de kinderen verteld. Tijdens de adventperiode of de 40-dagentijd werken de kinderen vaak aan een project.

Twee keer per jaar staat de zondagse eredienst helemaal in het teken van de kinderen die naar de kindernevendienst/zondagsschool gaan:

- in november is de kind-en-kerkdienst.

- in april/mei nemen de kinderen van groep 8 van de basisschool in een kerkdienst afscheid van de kindernevendienst.

 

4.3. Waar moeten we aan werken?

We hebben zorgen over de afname van het aantal kinderen van de zondagsschool en de kindernevendienst. Het aantal kinderen dat de eredienst bijwoont neemt af. Steeds minder kinderen komen met hun ouders mee naar de kerk.

De zondagsschool en de kindernevendienst willen in elk geval geregeld iets van zich laten horen in het kerkblad de Paadwizer en op onze weblog. Waar zijn ze mee bezig, wat staat binnenkort op de agenda, waarom is het leuk om naar zoiets toe te gaan? – die vragen zullen daarbij centraal staan. Het doel is om de gemeente te informeren over de activiteiten van de zondagsschool/kindernevendienst. We willen de ouders op de hoogte houden van de mogelijkheden die er zijn binnen de kerk voor hun kinderen.

 

4.4. Wat willen we in 2020 hebben bereikt?

Uit par.4.3 volgt, dat we als kerkenraad de aandacht moeten hebben voor de verminderde belangstelling voor zondagsschool en kindernevendienst. Daar waar de kerkenraad mogelijkheden ziet om de neergaande lijn af te buigen zal zij deze met beide handen aangrijpen.

Het is belangrijk het enthousiasme waarmee de leidsters elk jaar weer bezig zijn, te blijven waarderen en te ondersteunen.

Via de jeugdraad zal worden bekeken hoe in de toekomst de schoolgaande kinderen en hun ouders nog beter kunnen worden betrokken bij de eredienst en activiteiten er om heen.

Voor de verdere toekomst spannen we ons er voor in dat de zondagsschool en kindernevendienst en de zondagsclub een sterke en vaste plek binnen onze gemeente en binnen onze dorpen (blijven) innemen.

 


5. Een wervende gemeente

5.1. Wat is het beleid op dit moment?

Vroeger sprak men wel van zending en evangelisatie. Zending was het werk, dat vanuit de kerken wereldwijd werd verricht, in bijvoorbeeld Azië, Afrika en Zuid-Amerika. De opdracht en de boodschap van onze Heer vormden hierbij het uitgangspunt: alle volken moesten in contact komen met het Evangelie.

Het missionaire en diaconale werk in Nederland en wereldwijd wordt nu georganiseerd door de gezamenlijke Protestantse Kerken in Nederland en wordt gepresenteerd onder de naam “Kerkinactie”.

Over de hele wereld heeft Kerkinactie contact met Christelijke kerken en organisaties, waarmee als partner wordt samengewerkt. Het geloof in Jezus Christus als Heer en de mens als bondgenoot in de Schepping, is de basis van die samenwerking. Geheel op basis van wederkerigheid.

De partnerkerken en/of organisaties in andere landen geven aan waarvoor zij steun nodig hebben. Kerkinactie maakt een keus uit de projecten (waar is de hulp het effectiefst?) en steunt die kerken en/of organisaties rechtstreeks, zodat er zo weinig mogelijk geld “aan de strijkstok blijft hangen”.

Kernwoorden zijn hierbij: Geloven, helpen en bouwen. Geloven in God die bevrijdt, helpen om mensen tot hun recht te laten komen en bouwen aan een wereld die voor ieder leefbaar is.

Als plaatselijke gemeente ondersteunen we het werk van de landelijke Kerkinactie, zowel via de diaconie als via de ZWO.

Evangelisatie vond dichtbij huis plaats. Het gebeurde door speciale diensten, lectuurverspreiding, en er bestond in veel plaatsen een aparte evangelisatiecommissie.

De termen zending en evangelisatie gebruiken we nu minder. Maar de bovenstaande tweedeling is nog altijd van toepassing. We proberen te leven vanuit de boodschap van onze Heer, niet alleen in betrekking tot de grote wereld om ons heen, maar ook in betrekking tot onze eigen leefomgeving.

a. voor het eerste is er in onze gemeente een ZWO-commissie. Deze commissie onderhoudt interactieve contacten met de door Kerkinactie uitgezonden medewerkster Hillie Veneman naar Nias in Indonesië. Onze gemeente wordt zoveel mogelijk betrokken bij deze contacten, en met het leven in het algemeen in Indonesië. Verder organiseert deze commissie twee maal per jaar een zendingsdienst, waarvan de ene, op Pinksterzondag, zo mogelijk wordt gehouden als openluchtdienst op het voorterrein van het Poptaslot en is bedoeld als een laagdrempelige (evangelisatie)dienst. Ook de wereldwijde ontwikkelingen op het gebied van zending, werelddiaconaat en ontwikkelingssamenwerking worden op de voet gevolgd en zo mogelijk, doorgegeven aan de gemeente.

Met name bij de ontwikkelingen in Colombia, waarheen door de classis Leeuwarden een medewerker is uitgezonden, wordt de gemeente betrokken. Zo is het de bedoeling om met ingang van 2014 een kaartenestafette op te zetten, samen met andere kerkelijke gemeenten in de classis, naar het zwaar door geweld getroffen dorp Trujillo, om hen te laten zien dat wij met hun meeleven. De contacten met dit dorp zijn gelegd door ds. Henk Vijver.

b. we willen ook graag een wervende gemeente zijn in onze eigen leefomgeving. Maar wat is precies onze plek binnen de (meerkleurige) dorpsgemeenschap? De geschiedenis van onze dorpen is getekend door scherpe tegenstellingen tussen verschillende zuilen en groepen. Lange tijd was het ondenkbaar dat deze groepen met elkaar omgingen. Bovendien leefden over en weer vooroordelen. Leven die vooroordelen ook nog in 2014? We proberen bruggen te bouwen door zoveel mogelijk zelf de eerste stap te zetten en we staan open voor de dorpsgemeenschap.

In de voorbije jaren heeft onze kerkelijke gemeente zich ervoor ingespannen “gemeente voor het dorp’’ te zijn. Dit komt naar voren in bijvoorbeeld godsdienstonderwijs op de openbare basisschool, het plaatsen van kerknieuws in de dorpskrant van Marsum en het openstellen van gespreksgroepen en koffieochtenden voor alle dorpsgenoten. Ook het werk van de MYA (Mienskip Yn Aksje) kan hierbij worden genoemd en de beschikbaarheid van de predikant voor alle dorpsgenoten. Omdat we het gevoel hebben dat de tijden zijn veranderd, is het nu een goed moment om deze inspanningen te evalueren.

 

5.2. Hoe is de gemeente erbij betrokken?

In het algemeen kun je stellen: Ieder gemeentelid heeft als opdracht te laten zien hoeveel waarde het christelijk geloof in het leven kan hebben.

Bij het specifieke werk van de ZWO-commissie zijn gemeenteleden betrokken. Voor het “wervend-gemeente-zijn’’ in onze eigen omgeving hebben we geen aparte commissie.


5.3. Waar moeten we aan werken?

We zijn blij met onze actieve ZWO-commissie. We willen ook de komende jaren geregeld aandacht besteden aan het project van Hillie Veneman in Indonesië. Daarnaast kunnen we, aangestuurd door de ZWO-commissie, de kaartenestafette naar Trujillo gestalte geven. Plaatselijk zal de kerkenraad, in samenspraak met de hele kerkelijke gemeente, moeten bekijken hoe we kunnen werken aan onze plek in de dorpssamenleving.


5.4. Wat willen we in 2020 hebben bereikt?

-dat het werk van de ZWO-commissie gestaag doorgang kan vinden, gedragen door
de gemeente, speciaal ook in het contact met Hillie Veneman ;

-dat mensen in onze dorpen minder negatieve beelden hebben als het gaat over kerk of
geloof

-dat wij een eigen weblog hebben

-meer kerknieuws in Doarp & Sport

 


6. Andere manieren van gemeenschappelijke geloofsbeleving

6.1. Wat is het beleid op dit moment?

Op zondagochtend kun je zien dat onze gemeente leeft. Maar er zijn ook heel wat andere tijdstippen waarop je merkt dat onze gemeente actief is. Zo organiseren we door-de-week allerlei bijeenkomsten waarop we geloofservaringen kunnen uitwisselen en de banden met elkaar kunnen aanhalen. In het boekje “Kom in de kring’’, dat altijd in september wordt rondgebracht, kan men hierover lezen.

 

6.2. Hoe is de gemeente erbij betrokken?

Het verheugt ons dat veel gemeenteleden deelnemen aan de uiteenlopende activiteiten.

In het winterseizoen zijn er vijf wijkavonden.

Er zijn enkele tientallen deelnemers aan de gesprekgroepen en de koffieochtenden.

De maandelijkse koffieochtenden worden aangekondigd in ons kerkblad en worden op de zondag, voorafgaand aan de koffieochtend, meegedeeld bij de afkondiging in de eredienst.

 

6.3. Waar moeten we aan werken?

In een eerdere paragraaf (2.2.) stelden we dat we binnen onze gemeente ruimte willen bieden aan uiteenlopende vormen van geloofsbeleving. Het is fijn dat gemeenteleden (en anderen) die geen band hebben met bijvoorbeeld de zondagse eredienst, wel willen deelnemen aan een gespreksgroep. We willen graag dat ook daarvoor ruimte blijft. Iedereen is welkom en iedereen mag binnen de verschillende verbanden zijn geloofsbeleving tot uiting brengen.

 

6.4. Wat willen we in 2020 hebben bereikt?

We zetten ons in voor het in stand houden van de bestaande gespreksgroepen. Nieuwe deelnemers blijven altijd welkom.

De gespreksgroepen veranderen van tijd tot tijd en van thema of samenstelling.

Daarnaast blijven we de komende jaren een jaarthema aanbieden waarover de gemeenteleden op een wijkavond over kunnen praten.

 


7. Jeugd en jongerenwerk

7.1. Wat is het beleid op dit moment?

De jongeren in onze gemeente zijn heel belangrijk. Daarom willen we ons ervoor inspannen, dat ze gedurende hun school- en studiejaren een band behouden met de kerk. We zijn ons bewust dat er een groot verschil zit tussen iemand van 13 jaar en iemand van 63 jaar. Wat voor de tweede heel belangrijk en dierbaar is, heeft voor de eerste misschien helemaal geen betekenis. Toch hebben we de overtuiging dat het Christelijk geloof en de kerkelijke gemeente ook voor middelbare scholieren, studerenden en andere jongeren een grote waarde kunnen hebben. Ook jongeren zoeken van tijd tot tijd naar houvast en troost. Ook jongeren moeten keuzes maken en laten zich daarbij beïnvloeden door stemmen om hen heen. En ook jongeren moeten zich thuis kunnen voelen in een groep die warm, hecht en veilig is, waarbinnen iedereen evenveel waarde heeft en respectvol met elkaar wordt omgegaan.

 

7.2. Hoe is de gemeente erbij betrokken?

Er zijn verschillende jeugdactiviteiten binnen onze gemeente. Te denken aan:

·                    jeugddiensten (2 à 3 keer per jaar), georganiseerd door de jeugddienstcommissie

·                    catechisatie, in verschillende leeftijdsgroepen, die momenteel geleidt worden door de kerkelijke werker

·                    een jongerengespreksgroep (vanaf ongeveer 18 jaar)

·                    jeugdclub (van 12 tot ongeveer 16 jaar), begeleid door jeugdclubleiders

Iedereen is welkom om mee te doen met deze activiteiten. Deze activiteiten worden aangekondigd via het kerkblad, via email of via een eigen webpagina of facebookpagina.

Daarnaast zijn de doelstellingen van de verschillende groepen te lezen in het jaarlijkse blad “Kom in de kring” waarbij ook de contactpersonen worden vermeld.
Twee keer per jaar komen alle betrokkenen bij elkaar in een jeugdraad, waarin de jeugdouderlingen graag horen naar ieders ervaringen en waar actuele thema’s kunnen worden besproken. Hierbij sluiten zich ook de leiding van de kindernevendienst/zondagsschool aan.

 

De gemeente ervaart het jeugdwerk door :

·                    de activiteiten die rond en op de startzondag worden georganiseerd;

·                    door de jeugddiensten te bezoeken;

·                    door de verslagen in het kerkenblad “de Paadwizer’ en op de weblog te lezen;

·                    door de aanwezigheid van jeugd in de Molewjuk op clubavonden en bij bijzondere activiteiten als “clubstriid’ en “de survivaltocht”.

 

7.3. Waar moeten we aan werken?

Het baart ons zorgen, dat de deelname van jeugd en jongeren aan het kerkelijk leven de laatste jaren is verminderd. Geloven doe je niet zomaar eventjes, het vraagt om inbedding in een groep, een gemeente, kennis verwerven, inlevingsvermogen, het opdoen van ervaringen, een proces van groeien. Anno 2014 is het onze opdracht om jongeren te helpen in hun zoektocht naar het geloof en om hun te helpen een plaats te vinden binnen de gemeenschap van de Protestantse Gemeente te Bitgum e.o.. Daarvoor is contact maken met de jongeren een noodzaak, om ook hun ideeën en belevingswereld te onderzoeken en hun te vragen naar wensen op het gebied van kerkgang en activiteiten.

Daarnaast is ook de dialoog met hun ouders van belang, omdat zij ook minder zichtbaar in de kerk zijn geworden. Welke wensen hebben zij t.a.v. het jongerenwerk en waar kunnen ook zij een steentje aan bijdragen, om zo ook een verbinding te maken met de gemeente?

De kerkenraad zal zich op deze ontwikkelingen moeten blijven beraden, in nauw overleg met de jeugdouderlingen en de predikant en de leiding van jeugdgroepen.

 

7.4. Wat willen we in 2020 hebben bereikt?

-     Dat het aantal jongeren dat deelneemt aan jeugddiensten, catechisatie en clubs niet verminderd, maar we spannen ons ervoor in, dat het juist wat toeneemt.

-     Dat jongeren merken dat het geloof kostbaar is en dat de kerk zinvol, belangrijk en actief is. Ze ervaren dit mogelijk bijvoorbeeld op bijzondere momenten zoals bij examens: de jeugdouderlingen besteden er aandacht aan; bij ziekte: een cadeau i.p.v. bloemen of een kaartje in de erediensten: je gaat na afloop met een positief gevoel weer naar huis.

-     Dat de jongeren de ruimte krijgen om een eigen plek te hebben in de kerk, niet alleen voor het houden van catechisatie en jeugdclub, maar ook voor bijzondere diensten.
We gaan onderzoeken welke soort diensten het meest aanspreekt bij de jeugd en welke vormen het geloof dichter bij de jongeren brengt.

-          Dat de kerk weer een ontmoetingsplek wordt voor die jongeren die serieus met het geloof bezig willen zijn en die elkaar op een ontspannende manier kunnen ontmoeten.

 

 


8. Pastoraat

8.1. Wat is het beleid op dit moment?

Ondanks alle individualisering is er bij zeer veel mensen een behoefte om ergens bij te horen. Een kring van mensen, die jou kennen, jou erkennen en naar jou omzien. Het doet je goed, wanneer je zo’n kring hebt waarop je kunt terugvallen en waarmee je veel kunt delen, in het bijzonder de boodschap van het Evangelie. Zeker wanneer je iets moeilijks meemaakt, is het van grote waarde, dat er één of enkele personen naast je staan, die je steunen en voor je bidden.

Dit vormt voor ons het uitgangspunt bij het pastoraat. De predikant/ kerkelijk werker(ster) bezoekt zieken en gemeenteleden met bijzondere vreugde en zorg en ouderen boven de 75, meestal een poosje na hun verjaardag. Ook de ouderlingen en de bezoeksters zetten zich in voor dit bezoekwerk, in principe zijn ze er voor alle dorpsgenoten. Speciale aandacht gaat tevens uit naar nieuw ingekomen leden.

 

8.2. Hoe is de gemeente hierbij betrokken?

Alle gemeenteleden (en ook de mensen van buiten de gemeente!) kunnen een beroep doen op het pastoraat van onze kerk. In feite is de onderlinge betrokkenheid de zorg van elk gemeentelid.

 

8.3. Waar moeten we aan werken?

Pastoraat is omzien naar elkaar, samen met elkaar oplopen, in het licht van het Evangelie. Een goed en waardevol uitgangspunt. Maar de praktijk is soms weerbarstig. Weet men de weg naar de kerk nog te vinden, weet men dat men een beroep kan doen op de kerk? Ervaart men het pastoraat als zinvol? Om welke reden? Ervaren wij zelf het pastoraat als zinvol? Waarom?

Soms merken “omtinkers’’, bezoekers, dat hun werk niet zo makkelijk of vanzelfsprekend is. Ze zijn niet altijd welkom, of ze merken soms iets van oud zeer of oude tegenstellingen. Of ze horen pas in een laat stadium, dat mensen een moeilijke tijd meemaken. 

Het pastoraat is van groot belang! Want als wij niet omzien naar elkaar hoe kunnen we een ander dan iets laten merken van het werk, de woorden de liefde van God en van zijn zoon en van de Heilige Geest?

 

8.4. Wat willen we in 2020 hebben bereikt?

In 2020 willen we graag dat gemeenteleden de weg naar bezoekers weten te vinden.
Omdat de gemeenteleden ervaren hebben dat de medewerkers van de kerk betrouwbaar zijn en iets hebben te bieden bij bijzondere levensmomenten.

We blijven ons ervoor inzetten dat nieuwkomers echt hartelijk welkom worden geheten en zich ook werkelijk welkom voelen in onze gemeente door hun te bezoeken.

 



9. Diaconaat

9.1. Wat verstaan we onder diaconaat?

De diaken is als dienaar van Christus gericht op het functioneren van de gemeente als (dienende) Christelijke gemeenschap. Hij helpt en dient zelf in de gemeente, vooral in specifieke situaties wanneer de nood van mensen erom vraagt en wanneer mensen financieel geholpen moeten worden. Maar ook stimuleert en motiveert hij gemeenteleden tot dienend bezig zijn binnen en buiten de gemeente. 

De diakenen mogen de gemeente ook attenderen op de nood in de wereld. De diakenen stimuleren de gemeente om met woord en daad de liefde van Christus zichtbaar maken in deze wereld door daden van barmhartigheid.

 


9.2. Wat doen we al?

Sociale vraagstukken over armoede, vluchtelingen en zorg zijn een centraal aandachtspunt voor diakenen. De afgelopen jaren zijn de multiculturele samenleving en de heelheid van de schepping belangrijke nieuwe aandachtspunten geworden. In het diaconaat is helder dat van individuele barmhartigheid geen sprake kan zijn zonder sociale gerechtigheid.

 

Diakenen hebben de mogelijkheid om mensen met elkaar in contact te brengen. Bijvoorbeeld in situaties van ziekte of ander ongemak. De wekelijkse bloemengroet is daar een goed voorbeeld van. Een paar bossen bloemen worden door gemeenteleden naar dorpsgenoten gebracht als uiting van meeleven in blijde of moeilijke situaties.

Ook de jaarlijkse paasgroetactie en de kerstmiddag in Marsum zijn hiervan voorbeelden.

 

De diaconie regelt de opname van de eredienst op een CD. Ook de gemeenteleden die om wat voor reden dan ook niet de wekelijkse eredienst kunnen bijwonen kunnen de eredienst beluisteren via deze CD.

 

De diaconie brengt gemeenteleden die om, wat voor een reden dan ook, moeilijk op vakantie kunnen op de hoogte van de verschillende vakantiemogelijkheden die er toch nog zijn.

 

Bij de vieringen van het Heilig Avondmaal hebben de diakenen een praktische taak: Zij bereiden deze vieringen voor en delen tijdens de vieringen het brood en de wijn.

 

De diaconie verpacht enkele landerijen. Deze landerijen heeft de diaconie verkregen onder de voorwaarde dat zij met de opbrengst diaconale steun verlenen aan behoeftige dorpsgenoten (o.a. het legaat Koopal). In het Koopal legaat staat beschreven dat er bijvoorbeeld turf gegeven moet worden aan weduwen en wezen. In plaats van turf krijgen de gemeenteleden tijdens de eredienst op de “Biddag voor gewas en arbeid” een presentje. Met de rest van de opbrengst worden enkele graven onderhouden en worden andere diaconale doelen geldelijk ondersteunt.

 

De diaconie heeft geld ingelegd bij Oikocredit. Hiermee kan deze instantie kleine particuliere initiatieven geldelijk ondersteunen met een krediet.

 

Tijdens de erediensten wordt geld ingezameld voor de ondersteuning van vooraf in de Paadwizer omschreven doelen. Zoveel mogelijk worden de doelen zoals aangegeven in het collecterooster van Kerk in Actie ondersteund. De diaconie probeert zoveel mogelijk ook lokale (gemeentelijk, provinciaal) doelen te steunen. Behoudens een kleine reserve voor onverwachte uitgaven, wil de diaconie geen vermogen opbouwen. Om het vermogen niet te laten groeien geeft de diaconie eindejaarsgiften aan diaconale doelen, deels via Kerk in Actie.

 

De diaconie werkt samen met de ZWO. Eén diaken is contactpersoon met de ZWO en neemt deel aan de activiteiten van de ZWO. De diaconie heeft zich verplicht om het werk van Hillie Veneman jaarlijks (t/m 2017) geldelijk te ondersteunen.

 

Ook de diaconie ondersteunt het werk van de stichting Maher-India (van 2014 t/m 2020)

 

De diaconie heeft een eigen begroting en maakt een eigen financieel verslag, werft gelden en verricht betalingen. Diakenen dragen er zorg voor dat diaconaal geld op een diaconaal verantwoorde wijze wordt beheerd en besteed. Het College van Diakenen legt jaarlijks verantwoording af aan de kerkenraad en aan de gemeente door het opstellen van een jaarrekening en de begroting voor het daaropvolgende jaar.

 

9.3. Waar moeten we aan werken?

De diaconie wil alert zijn op eventuele gevolgen van de problematiek van de sociale wetgeving voor mensen binnen de gemeenschap. Ook aan de mogelijke gevolgen van de individualisering van de maatschappij wil de diaconie aandacht geven.

De diaconie zou, meer dan tot nu toe, kennis moeten krijgen van hulpvragen die er in onze omgeving leven. In nauwe samenwerking met de predikant, ouderlingen en wijkcontactpersonen wil de diaconie bekijken waar zij daadwerkelijk kan bijdragen, in welke vorm dan ook.

 

De werkzaamheden die te maken hebben met het verpachten van percelen land wil de diaconie onderbrengen bij een externe instantie.

 

9.4. Hoe is onze gemeente daarbij betrokken?

In ordinantie 14, waar gesproken wordt over het diaconaat, staat onder andere dat 'de gemeente in al haar leden geroepen is tot de dienst der barmhartigheid'. Dat betekent dus, dat het kader groter is dan de kleine kring van diakenen. Diakenen mogen daarom een beroep doen op gemeenteleden en ze betrekken bij bepaalde diaconale activiteiten. In de gemeente zijn vaak heel wat mensen die al wat doen, maar ook mensen die op grond van veel ervaring, of een bepaalde deskundigheid, ingeschakeld zouden kunnen worden.


10. College van Kerkrentmeesters      

De zorg voor de vermogensrechtelijke aangelegenheden berust bij de kerkenraad.

De kerkenraad vertrouwt de verzorging van de vermogensrechtelijke aangelegenheden van de gemeente van niet-diaconale aard toe aan het college van kerkrentmeesters. Dit college wordt gevormd door ouderling-kerkrentmeesters en kerkrentmeester(s).      

Het college van kerkrentmeesters stemmen hun beleid af op het beleid van de kerkenraad inzake het gehele leven en werken van de gemeente. Zij doen verslag van hun werkzaamheden aan de kerkenraad. De ouderlingen uit het college van kerkrentmeesters maken deel uit van de kerkenraad. 

Het college van kerkrentmeesters legt aan de kerkenraad de begroting en rekening van financieel beheer voor. De kerkenraad geeft zijn oordeel, waarna de begroting en rekening worden vastgesteld. De begroting en de rekening van het financiële beheer wordt bekend gemaakt aan de gemeente.

Het college van kerkrentmeesters wijst uit zijn midden een voorzitter, een secretaris en een penningmeester aan. De voorzitter dient één van de ouderling-kerkrentmeesters te zijn.

 

10.1. Wat doet het college?

Het college van kerkrentmeesters

A.        draagt de zorg voor het beheer van gebouwen.

Zij is verantwoordelijk voor het in goede staat houden van

·                    het kerkgebouw van onze gemeente in Bitgummole

·                                            de Molewjuk, het mienskipssintrum van de gemeente

·                                            de lokalen bij het kerkgebouw

·                                            de pastorie.

B.        is aanspreekpunt voor een aantal direct betrokkenen.

            Zij heeft contacten met

·                                            koster

·                                            schoonmakers

·                                            Molewjukcommissie

C.        voert het beheer over de financiële middelen.

Zij zorgt voor

·                                            het aanvragen van eventuele offertes en subsidies

·                     het beheer van de financiële middelen: de aanwezige geldmiddelen worden op basis van een beleggingsstatuut belegd volgens een defensief risicoprofiel

·                                            de geldwerving: Kerkbalans (de grootste inkomstenbron), eindejaarscollecte, collecten bestemd voor de kerk. De collecten bestemd voor de kerk vinden plaats op basis van een collecterooster dat wordt opgesteld in overleg met de diaconie en geaccordeerd door de kerkenraad

D.        draagt zorg voor de bijdragenadministratie. De bijdrageadministratie wordt uitgevoerd door een financieel administrateur.

 

10.2. Hoe is de gemeente hierbij betrokken?

Het college legt verantwoording af aan de gemeente op de jaarlijkse voorjaarsvergadering. Daarnaast worden vrijwilligers ingeschakeld voor het draaiende houden van de Molewjuk, het uitvoeren van zogenaamd klein-onderhoud, het schoonhouden van kerk, lokalen, Molewjuk, het kosterswerk in het kerkgebouw, het ophalen van de eindejaarscollecte, het ophalen van de actie Kerkbalans.

 

10.3. Waar moeten we aan werken?

De gemeente is voor een groot deel afhankelijk van zijn gemeenteleden, enerzijds door de financiële bijdrage, en anderzijds door het vele vrijwilligerswerk. Door de terugloop van het aantal gemeenteleden in het algemeen, maar ook door de terugloop van het fysiek in staat zijn en bereid zijn van het vrijwilligerswerk, staan we voor een uitdaging om dit deel van het kerkenwerk in stand en op peil te houden.

 

10.4. Wat willen we in 2020 hebben bereikt?

Het college van kerkrentmeesters stelt zich tot doel om haar noodzakelijke werk te kunnen blijven uitvoeren daartoe in staat gesteld door enthousiaste gemeenteleden. Maar ook en bovenal stelt zij zich ten doel een in financieel opzicht gezonde gemeente.